Het bijzondere van meubelfabriek L.O.V. (1910-1935) was het idealistische karakter, zoals ook blijkt uit de naam: Labor Omnia Vincit, oftewel Arbeid Overwint Alles. Oprichter Gerrit Pelt (1864-1956) wilde een modelonderneming creëren waarin arbeid en kapitaal in harmonie met elkaar werden gebracht. De arbeidsomstandigheden van de werknemers waren voor die tijd bijzonder gunstig: hoge lonen, redelijke arbeidstijden, een ziektekostenverzekering en winstuitkering in goede jaren. Deze goede arbeidsvoorwaarden werden ook uitgedragen in reclame-uitingen. Het ging L.O.V. niet alleen om de producten, maar om het hele idealistische plaatje.
De doelgroep waren kopers uit dezelfde arbeidersklasse als waaruit de werknemers afkomstig waren. Voor hen dienden betaalbare, moderne en kwalitatief goede meubels beschikbaar te zijn, volgens het ideaal van Pelt. De fabriek maakte aanvankelijk ook meubilair in historische stijlen vanwege de financiële zekerheid, maar ging zich na een aantal jaren ten slotte uitsluitend op modern meubilair richten. Diverse ontwerpers werd gevraagd om hun ontwerpen in Oosterbeek te laten uitvoeren. Dit leverde een modern assortiment op met verschillende invloeden, bijvoorbeeld van de Amsterdamse School. Met de komst van binnenhuisarchitect en ontwerper Frits Spanjaard als artistiek directeur in 1919 werd de weg ingeslagen van een moderne vormgeving die sterk werd beïnvloed door de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright.
De fabriek had niet te klagen over opdrachten. Veel opdrachten kwamen vanuit sociaal-democratische kringen en ook de overheid bestelde geregeld meubilair, bijvoorbeeld voor postkantoren en de Nederlandse Spoorwegen. Dankzij deze continue opdrachtenstroom en de goede bedrijfsvoering liep de onderneming goed, ondanks een tijdelijke dip begin jaren ’20, toen de Nederlandse economie tijdelijk inzakte, en een verwoestende brand in 1927. De zware economische malaise na de beurskrach van 1929 trof echter ook meubelfabriek L.O.V. hard en na een aantal boekjaren met verlies werd de onderneming in 1935 geliquideerd.
De fabriek en haar geschiedenis raakte enigszins in vergetelheid, totdat in Arnhem in 1991 een overzichtstentoonstelling werd gehouden. Eind 2017 is een stichting opgericht om het erfgoed van deze bijzondere meubelfabriek “te koesteren, er algemene bekendheid aan te geven en te behouden (…)”.
